De met levensgevaar van Bestevaer gehaalde kleedkamer, die later door de KNVB zo verguisd zou worden, heeft in de oorlog ook nog een rolletje gespeeld. Zo vertelde Marten Visscher, dat hij en Willem en Jan Willem Groothuis zich daar een keer voor de Duitsers verscholen hebben.
Meer spektakulair is in dit verband wat Harm (de nesse) Klasen en Jan (de biete) Tuinman eens meemaakten. Beide heren waren enthousiaste stropers, om preciezer te zijn peurders. Vaak verschalkten ze 's nachts een palinkje, daarmee zorgend voor de broodnodige aanvulling op de karige oorlogskost.
Op een keer, terugkerend van hun nachtelijke strooptocht, werden ze opgemerkt door Duitse soldaten die de kolenopslag bij de Buitenhaven in de gaten hielden. Harm en Jan gebruikten een zaklamp om de boot vast te leggen en werden prompt aangezien voor seinende spionnen. De bezetters openden zelfs het vuur. Beide Sportclubaanhangers namen de vlucht en verborgen zich op de zolder van de kleedkamer van Sportclub. Meer dan alle voetballers die ooit op de Veerweg gevoetbald hebben, hebben zij toen de WC gemist.
Hoe benard Sportclubs financiële positie was, moge ook blijken uit brieven, die het bestuur in 1934 uit deed gaan. Daarin werd namelijk aan scheidsrechters uit de omgeving gevraagd op te geven wat ze in rekening brachten voor het leiden van een seriewedstrijd. Zorgvuldig werd daarna uitgeplozen welke scheidsrechters het goedkoopst waren; de kwaliteit van de arbiter bleef buiten beschouwing!
Een buitenkansje wat dit betreft had Sportclub overigens drie jaar later. Toen trouwde ene heer Volkers, een bekend scheidsrechter in deze kontreien. Hij was daarmee zo in de wolken, dat hij besloot gratis een wedstrijd voor Sportclub te leiden!
Overigens willen wij de bestuursleden van toen vanuit deze tijd nog een zekere troost aanbieden met de vaststelling, dat ze vast cn zeker niet in de verleiding gekomen zijn scheidsrechters en tegenstanders om te kopen. En dat is ook wat waard!
Penningmeester van een sportvereniging zijn betekent vaak, dat je de touwtjes nauwelijks of niet aan elkaar kunt knopen. Nu is het zo, vroeger was dat misschien nog meer zo. Elke cent moest omgedraaid worden, voordat hij uitgegeven kon worden.
Geen wonder dan ook, dat Sportclubs penningmeester Jan Willem Groothuis zich in het jaar 1936 doodongelukkig voelde, toen hij op een gegeven moment bemerkte, dat hij in z'n kas een tekort van f 15, had. Jan Willem piekerde zich suf, hoe dat nu wel zat met die vijftien piek. Echter tevergeefs, althans tot zondagmorgen elf uur ongeveer: toen, gezeten op het kerkorgel en geïnspireerd door de preek (?) schoot het hem te binnen, dat hij had vergeten een rekening van garage Schaftenaar te boeken. Nog nooit is Jan Willem zo gelukkig uit de kerk gekomen!
Wel zat de schrik hem zo in de benen, dat hij 's maandags kas en kasboek inleverde.
Met Pasen, Hemelvaartsdag en Pinksteren werden er door de CNVB vaak Bondsdagen, voetbaldagen die met gebed en psalmgezang geopend werden, georganiseerd. Eén van die Bondsdagen, om precies te zijn die van Hemelvaartsdag 1935 in Almelo, werd door het tweede team, in de praktijk Sportclubs jeugdteam, gebruikt om het juist behaalde kampioenschap nog meer glans te geven. Hoe kon het ook anders met de schutters die de ploeg bezat.
Het toernooi was zo goed bezet, dat er voor de ploegen geen gelegenheid was om zich op een veld in te spelen. Sportclubs jonge garde loste dit simpel op: op een vrij hoekje van het parkeerterrein werden de spieren wat losgewerkt, ook door wat met een bal te jongleren. Eén van de spelers, Harm (van Miene van pad) van Dijk, zocht het wat meer in ferme uithalen en het duurde dan ook niet lang, of de linker koplamp van één van de geparkeerde bussen werd door Harm getroffen. Nog niet bekomen van de schrik en eigenlijk nog niet weer meester over z'n spieren kwam Harm even later weer in het bezit van de bal en... Juist, een moment later lag de rechter koplamp ook aan diggelen. Hoe en zelfs of de schade geregeld is, weet onze zegsman Cor van Dijk niet meer.
Over diezelfde Bondsdag schreef Jaap Siebert bij het 25-jarig jubileum van Sportclub het volgende: 'Die dag gingen we voor het eerst met een juniorenelftal naar de Bondsdag in Almelo. Ze wonnen daar vlotweg de eerste prijs en kwamen met een mooie beker thuis. Ik ben daar als bestuurslid mee naar toe geweest en daar heb ik nog een aardige herinnering aan.
Thijs Brouwer, de slager, ging ook mee. Hij wilde dat tegenover vrienden en kennissen niet weten en hij stapte daarom apart in met een grote kartonnen doos bij zich. Daar had hij allemaal darmleverworsten in om die in Almelo op het voetbalveld te verkopen, om zodoende de reiskosten terug te verdienen. Ik had er dadelijk al een zwaar hoofd in. Het werd die dag erg warm en de worsten werden zo zacht als boter, terwijl er helemaal geen gelegenheid was om ze te verkopen. Het zag er dan ook slecht uit voor Thijs: reisgeld betalen en een strop met de worsten!
Toen echter klom Roelf (de doorn) van Dijk, die ook in het elftal zat, boven op de autobus en ontpopte zich als een eerste klas standwerker. In een minimum van tijd had hij een partij volk om de bus staan. Vervolgens prees hij de worst van Thijs met zoveel gloed aan, dat deze binnen een kwartier alle worsten verkocht had.
Maar het mooiste komt nog. Toen namelijk de volgende vrijdag het Bondsblad kwam, stonden daar ook foto's in van de Bondsdag. En wie stond daar in volle lengte, maar vooral ook in volle breedte
Thijs Brouwer, de man die niet had willen weten, dat hij als supporter met 'de voetbal' meeging!''Scheve' Hendrik Jan Siebert was keeper en aanvoerder van het tweede elftal, dat in 1935 voor het eerste kampioenschap van een Sportclubteam zorgde. Eén van zijn sterkste punten was een ferme uittrap, waarmee hij gemakkelijk het strafschopgebied van de tegenstander bereikte.
In een thuiswedstrijd -volgens onze zegsman tegen ZSV, al durft die daar geen eed op te doen -probeerde Hendrik Jan het evenwel met tactisch verantwoorde, korte trappen en zelfs met supermoderne uitworpen. Dit alles zeer tot ongenoegen van de supporters, die hun onvrede niet onder stoelen of banken staken. Het gemor en gekanker zat, joeg de Sportclubdoelman op slag van rust de bal met een ware krachtsexplosie hoog over het doel van de tegenstander, richting Veer. Met de handen in de zij keek hij het projectiel na en draaide zich toen om met de laconieke woorden: 'Was dat ver genoeg?'Tegenwoordig laten 'voetbalfans' op weg naar de wedstrijd van hun club veelal een spoor van vernielingen achter zich. Treinen, trams, bussen, toevallige voorbijgangers, alles en iedereen moet het ontgelden. Echter ook in het Sportclubverleden kwamen we een kiem van dit vandalisme tegen.
Toen nog geen overvolle trein of bus, zelfs nog geen veewagen, waarmee de spelers en supporters van Sportclub reisden, maar wel een peloton wielrenners van zo'n 50 a 60 man op weg naar Hattem. Breed uitwaaierend (ook wij luisteren naar Theo Koomen) nam deze groep bezit van de Mastenbroeker wegen. Voor een tegenligger, een man die zijn ongetwijfeld karige boterham als boekhouder in Genemuiden verdiende, was er alleen nog maar ruimte in de Wetering. De ongelukkige werd door de groep zonder meer in het water geveegd. Een ooggetuige hierover: 'Ik zal nooit het moment vergeten waarop de man 'bezopen' boven kwam'.
Het voorval maakte blijkbaar meer indruk dan de wedstrijd die volgde: de uitslag daarvan kwam niet meer boven water.
Vraag je Jan (krullechien) Eenkhoorn een voetbalploeg te noemen die vroeger keihard speelde, dan zal zijn antwoord ongetwijfeld zijn: Stormvogels uit Nunspeet. Uit zijn mond noteerden we:
'In 1936 eindigden we gelijk met Stormvogels uit Nunspeet op de bovenste plaats. We moesten dus tegen deze ploeg, die bekend stond als zeer hard, een beslissingswedstrijd spelen. De Nunspeters maakten hun faam wat betreft die hardheid volledig waar. Bas Roeten ondervond dit aan den lijve en moest met een lelijke blessure voortijdig het veld verlaten. We wonnen de wedstrijd met 4-1. Wat me echter veel meer bijgebleven is, is de scheidsrechter, die na afloop van de wedstrijd moest rennen voor z'n leven.
De spelers van Stormvogels bekogelden hem met alles wat ze maar vinden konden, zelfs met voetbalschoenen. Een aantal Nunspeter supporters kwam op het veld en hielp driftig mee'.
Later won Sportclub van datzelfde Stormvogels in een uitwedstrijd met 8-0. Scheidsrechter was toen de heer Lensink, in het dagelijks leven portier in het Sophia Ziekenhuis in Zwolle, een man die voor niets en niemand bang was. Verschillende malen moest hij het duel stilleggen om oververhitte supporters uit het veld te laten halen.
De spelers lieten zich ook niet onbetuigd: drie Nunspeters werden naar de kleedkamer verwezen. Wie gedacht mocht hebben, dat Lensink voor al het oponthoud geen tijd bij zou trekken, kwam bedrogen uit. Schijnbaar onbewogen liet de Zwollenaar doorspelen, tot hij vond, dat het lang genoeg geweest was.
In 1936 had een Sportclublid financieel zo weinig armslag, dat hij niet in staat was zijn contributie over dat jaar te betalen. Voor hem gold: armoe troef. Dat dit de betreffende speler erg dwars gezeten heeft, moge blijken uit het feit, dat hij bijna tien jaar later alsnog zijn contributie over het crisisjaar betaalde.
Elders kunt u lezen, dat Marten Visscher 38 cent in de kas vond toen hij penningmeester werd. Dat dit niet een gulden meer was, was zijn eigen schuld. Als felle linksbuiten was hij in oktober 1936 tijdens de wedstrijd Go-Ahead -Genemuiden, een wedstrijd die op het scherpst van de snede werd uitgevochten, uit het veld gestuurd.
Dit werd door Sportclub niet op het wedstrijdformulier vermeld. Het gevolg hiervan was, dat Sportclub geheel volgens de reglementen van de Bond een boete kreeg van f 1,-. Dat niet vermelden op het wedstrijdformulier had niet als reden, dat Sportclubs bestuur vond, dat Marten geen blaam trof. Dit valt af te leiden uit het feit, dat Marten door het bestuur een voorlopige schorsing van één wedstrijd kreeg opgelegd, als gevolg waarvan hij niet opgesteld stond in de wedstrijd Be-Quick -Genemuiden.
We veronderstellen, dat Marten pas berouw van zijn 'misdaden' gekregen zal hebben, toen hij penningmeester werd.
Zijn onmiddellijke omgeving, omdat iedereen zijn benen lief had! Eén keer had Marten post gevat bij een paaltje. Gevolg: na de wedstrijd keerde hij met kapotte klompen en een gekneusde teen huiswaarts; het paaltje heeft nadien altijd enigszins scheef gestaan.
Een andere supporter, die als fel meelevend bekend stond, is jochem Oostwoud, schoonvader van (lange) Marten van Dijk. Wat een spanning was er altijd op 's mans gezicht te lezen, wat een verbetenheid en wat een onvrede als Sportclub te veel ging tikken. Hij trachtte zulk kort spel altijd te corrigeren door om lange ballen te vragen. Eén keer werd hij wat dat betreft op zijn wenken bediend. Harm Schuurman (later maakte hij furore in Zwartsluis) had zijn kreet 'geef 'm een loei..: niet nodig, want voordat Jochem uitgesproken was, had hij het leder al in z'n gezicht!
Grote nederlagen waren in het eerste jaar dat Sportclub aan de kompetitie dcelnam geen uitzonderingen. Soms bereikte de tegenstander zelfs de dubbele cijfers. We noemden al dc 10-1 nederlaag tegen M J V; CSV deed cr nog een schepje bovenop en deed de groenwitten zclfs met 17-1 in het zand bijten.
Wellicht kreeg het bestuur na de monsternederlaag de behoefte zich op de groene mat te begeven. Hoe dan ook, op een gegeven moment vond er een wedstrijd plaats tussen bestuursleden en commissieleden van Sportclub en die van Olympia. Wijze bestuurders als Harm rost, Harm Klasen cn Jaap Hammer zouden het in Hasselt wel even gaan maken. Helaas verliep alles niet volgens plan en aan het eind van de match stond er een droevige 0-13 stand genoteerd voor Sportclub.
Vanaf die tijd sta je als oud-voetballer hoog genoteerd voor een plaats in het bestuur. Althans, tenminste 'Dan weten wij dat ook want wij zijn allen in verwachting', is niet het einde van een brief van één of andere vereniging van huisvrouwen, maar wel een citaat uit een brief waarin het bestuur van de Urker voetbalvereniging SDO Sportclub vraagt deel te nemen aan seriewedstrijden aldaar. Of Sportclub heeft deelgenomen aan die wedstrijden weten wc niet.
Wel weten we, dat de groen-witten in de oorlog een keer op Koninginnedag een vriendschappelijke wedstrijd gespeeld hebben. Cor van Dijk vertelde ons hierover het volgende: 'Wc zouden eerst een vriendschappelijke wedstrijd in Zwartsluis spelen. Die wedstrijd ging niet door, omdat ze in Zwartsluis bang waren, dat dit moeilijkheden zou geven: de Duitsers hadden namelijk nadrukkelijk verboden op 31 augustus, de verjaardag van Koningin Wilhelmina, oranje te dragen en Heracles Zwartsluis had een oranje shirt.
Eén en ander was voor de Urkers een uitdaging. De club Wilhelmina droeg ook een oranje shirt en wilde wel spelen op die dag.
Prompt werd Sportclub dan ook uitgenodigd op Koninginnedag te komen spelen'. De wedstrijd zelf heeft op onze zegsman weinig indruk gemaakt, hij is de uitslag vergeten. Niet vergeten is hij het geweldige feest dat er op volgde en waar hij en zijn medespelers zich volledig instortten.
Zo zeer zelfs, dat Cor en Harm van Dijk, Willem Brouwer, Jaap (van Miene van pad) van Dijk en .Johannes (proeme) van Dalfsen de boot misten.
Laatstgenoemde bleef op Urk slapen; de ander vijf begaven zich, niet helemaal topfit, lopend op weg naar huis via Dd Lemmer en Blokzijl.
Volgens Cor moet het een barre tocht geweest zijn; 'De dijk van Urk naar De Lemmer was nog niet klaar en vaak moesten we klauterend over hopen zand zien vooruit te komen. Ook omdat we een lift van een melkwagen kregen, waren we de volgende morgen nog net voor de middag thuis'.
Aardig is misschien ook wat de vrouw van Cor er nog aan toe kan voegen: 'Henk (de kuper) van Dalfsen kwam die avond even zeggen, dat Cor niet thuis kwam. En weg was hij...'